De plannen voor windmolens op de Isselt staan op losse schroeven. De reden: er is een kans op een ongeluk. Bijvoorbeeld dat een onderdeel van een windmolen een installatie raakt op het industrieterrein, met mogelijk grotere gevolgen.
Maar kans en risico zijn gekke begrippen. Individueel zeggen ze eigenlijk weinig. Als je hoort dat iets eens in de 14.000 jaar kan gebeuren, voelt dat alsof het morgen kan plaatsvinden.
In het debat over de windmolens op de Isselt worden deze risico’s nu gebruikt om de plannen te vertragen of tegen te houden. Belanghebbenden wijzen op theoretische scenario’s, maar komen zelden met een alternatief waar de molens dan wél zouden moeten komen.
Opmerkelijk genoeg zegt het veiligheidsrapport zelf iets anders. Daarin wordt voor het relevante scenario een kans berekend van ongeveer eens in de 14.000 jaar. Volgens de veiligheidsmethodiek die daarvoor wordt gebruikt zou zelfs een kans van eens in de 1.000 tot 10.000 jaar nog acceptabel zijn. Het berekende risico ligt dus onder die grens.
Het rapport dat wordt aangehaald om twijfel te zaaien, concludeert dus juist dat het risico binnen de normen blijft.
En dat brengt ons bij de vraag hoe wij eigenlijk met risico omgaan.
Je kunt door bliksem geraakt worden, maar toch stap je op de fiets als het regent. Je kunt de loterij winnen, maar je zegt niet alvast je baan op. Je kunt kanker krijgen, en de kans dat dat samenhangt met luchtvervuiling door fossiele brandstoffen is aanzienlijk groter dan nul. Toch wonen we graag in de stad. Je kunt ook aangereden worden in het verkeer, maar toch stappen we iedere dag weer in de auto of op de fiets.
Blijkbaar accepteren we dagelijks allerlei risico’s, zolang ze maar onderdeel zijn van het systeem dat we gewend zijn. Maar als het over windmolens gaat, lijkt ineens ieder theoretisch scenario reden om op de rem te trappen.
En dan hebben we het nog niet eens over andere risico’s. Dat de toevoer van fossiele brandstoffen stokt door een pandemie. Dat onze grootste leverancier van gas oorlog begint en we ineens merken hoe afhankelijk we eigenlijk zijn. Dat een bondgenoot flagrante schendingen van het internationaal oorlogsrecht begaat, terwijl wij nauwelijks durven te protesteren omdat hij aan onze energiekraan zit.
Dat zou allemaal kunnen gebeuren.
Oh wacht.
Dat is al gebeurd.
Onze afhankelijkheid van fossiele energie is dus geen theoretisch risico van eens in de 14.000 jaar. Dat risico is er nu. En het heeft de afgelopen jaren al meerdere keren laten zien hoe kwetsbaar we zijn.
Als we dat serieus nemen, is de conclusie eigenlijk heel simpel:
bouw die windmolens. En bouw ze snel.