Politiek gaat uiteindelijk over één vraag: hoe organiseren we vrijheid in een samenleving waar belangen botsen en kansen ongelijk verdeeld zijn?
Voor mij begint die zoektocht bij vrijheid, maar eindigt hij altijd bij verantwoordelijkheid.
Misschien is dat ook de reden dat ik uiteindelijk bij D66 ben uitgekomen.
Lange tijd stemde ik GroenLinks. Klimaatverandering en duurzaamheid zijn belangrijke thema’s voor mij en daar vond ik destijds het sterkste verhaal. D66 hield zich daar toen nog minder nadrukkelijk mee bezig. Pas toen klimaat en energietransitie een centralere plek kregen in het programma van D66, begon die partij voor mij ook echt in beeld te komen.
Mijn politieke zoektocht draait niet alleen om liberalisme, maar het is er wel een belangrijk onderdeel van.
Voor mij betekent liberalisme niet alleen vrijheid voor het individu, maar ook de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat iedereen die vrijheid daadwerkelijk heeft. Vrijheid heeft namelijk weinig betekenis als je startpositie fundamenteel ongelijk is. Tegelijk betekent vrijheid ook altijd begrenzing. Jouw vrijheid kan botsen met die van een ander, en andersom. Juist daarom hebben we regels, instituties en een overheid nodig die dat evenwicht bewaakt.
Daar komt ook mijn kijk op economie vandaan. Ik ben ondernemer en geloof sterk in de kracht van ondernemerschap. Ondernemers nemen risico, creëren werk en zorgen vaak voor innovatie. Tegelijk geloof ik niet dat de markt alles vanzelf oplost. De overheid moet ingrijpen om monopolies te voorkomen, innovatie aan te jagen en eerlijke spelregels te bewaken.
Ik ben niet tegen rijk worden. Het kapitalisme heeft ons enorm veel gebracht: innovatie, welvaart en kansen. Tegelijk zie ik ook de keerzijden van het systeem. In het huidige aandeelhouderskapitalisme worden verantwoordelijkheden van eigenaren van bedrijven soms in grote mate afgewenteld op de samenleving. Winst wordt geprivatiseerd, terwijl risico’s of schade soms collectief worden gedragen.
Daarom geloof ik dat de overheid een rol heeft in het bewaken van eerlijke spelregels. Dat betekent ruimte voor ondernemerschap en innovatie, maar ook ingrijpen wanneer markten scheefgroeien.
Het betekent voor mij ook dat iedereen met ongeveer gelijke kansen moet kunnen beginnen. In Nederland worden inkomens uit arbeid relatief zwaar belast, terwijl inkomen uit vermogen vaak veel minder wordt belast. Ook wordt vermogen relatief makkelijk van generatie op generatie doorgegeven.
Dat schuurt met mijn idee van een liberale samenleving.
Voor mij betekent liberalisme daarom ook dat we soms moeten nivelleren om gelijke kansen mogelijk te maken.
Als ik naar andere partijen kijk, vallen er vanzelf een aantal af. De VVD herken ik steeds minder als liberale partij en oogt voor mij steeds conservatiever. Populistische partijen trekken mij al helemaal niet, omdat ze vaak doen alsof politiek eenvoudig is terwijl besturen juist ingewikkeld is. Tegelijk heb ik sympathie voor een partij als Volt, bijvoorbeeld vanwege hun ideeën over belastinghervorming en Europa. Bij partijen als CDA en ChristenUnie herken ik weer andere waarden, zoals gemeenschapszin, maar hun religieuze fundament past simpelweg minder bij mij.
Inhoudelijk zit ik vaak dicht bij GroenLinks-PvdA. In de lokale politiek liggen de verschillen sowieso klein en ik kijk er ook naar uit om in Amersfoort met hen en bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren samen te werken.
Toch merk ik bij mezelf dat ik me het meest thuis voel bij een andere manier van politiek bedrijven. Niet alleen benoemen wat er misgaat, maar ook laten zien waar we naartoe kunnen. Verandering niet alleen brengen vanuit correctie, maar ook vanuit perspectief en vooruitgang.
Dat brengt me ook bij de landelijke politiek en het huidige coalitieakkoord. Daar heb ik eerlijk gezegd gemengde gevoelens bij. Wat mij vooral steekt is dat de belastingdruk nog steeds niet eerlijk verdeeld wordt. Arbeid wordt zwaar belast, terwijl vermogen relatief buiten schot blijft. Dat vind ik een gemiste kans. Tegelijk zie je dat de VVD een heel stevige stempel op het akkoord heeft gedrukt.
Dat schuurt bij mij.
Maar politiek gaat ook over verantwoordelijkheid nemen. Natuurlijk zou een samenwerking met GroenLinks-PvdA mij inhoudelijk logischer lijken, maar je kunt ook niet volledig om de uitslag van verkiezingen heen. De vraag is dan: wat is beter? Meebesturen en proberen het beleid bij te sturen, of vanaf de zijlijn toekijken terwijl het land misschien onbestuurbaar wordt of richting een populistisch rechtse regering beweegt.
In zo’n situatie begrijp ik de keuze om verantwoordelijkheid te nemen, ook als dat pijn doet.
Vraag het me over vier jaar nog eens.
Voor mij komt uiteindelijk bij D66 het meeste samen. Een partij die gelooft in persoonlijke vrijheid, in goed onderwijs en gelijke kansen, in wetenschap en vooruitgang, en in een sterke democratie en samenwerking in Europa.
En misschien nog wel het belangrijkste: een partij die erkent dat politiek ingewikkeld is, maar toch verantwoordelijkheid neemt om problemen daadwerkelijk op te lossen.