Woensdag 18 maart - Lijst 2 (D66) - Nr. 27

16 maart 2026

Niet in mijn achtertuin

Een paar jaar geleden was er om de hoek een relletje. Aan de Nieuweweg, vlakbij Van Zanten, was er een plan om een daklozenopvang te realiseren. Het pand had de juiste bestemming en de eigenaar wilde eraan meewerken. De gemeente besloot dat dit een geschikte plek was en informeerde de buurt.

En toen gebeurde er iets wat we in Nederland inmiddels goed kennen.

Er ontstond vrijwel meteen een buurtgroepje. Mensen maakten zich zorgen over overlast. Dat is op zichzelf begrijpelijk. Maar vervolgens begon de bekende route: brieven, mails, aandacht zoeken, alle mogelijke kanalen aflopen om het plan tegen te houden. En uiteraard kwam ook de krant langs.

Ik werd zelfs gevraagd om me bij het clubje aan te sluiten. Dat heb ik niet gedaan.

Niet omdat ik de zorgen van mensen niet begrijp. Natuurlijk snap ik dat mensen vragen hebben als er een opvang in hun straat komt. Maar voor mij is het uitgangspunt simpel: we hebben ook een morele verplichting om voor elkaar te zorgen. Dakloosheid is geen abstract probleem, het gaat over mensen. En die mensen moeten ergens opgevangen worden.

In eerste instantie heb ik me niet in de discussie gemengd. Ook omdat ik mijn buren en gasten niet tegen het hoofd wilde stoten. Maar juist dat gebeurt te vaak. De mensen die tegen zijn, laten zich horen. En dat is ook logisch: onvrede maakt geluid.

En geluid verkoopt.

Kranten en media zijn daar gevoelig voor. Onvrede is nieuws. Begrip is dat veel minder.

Dat heb ik zelf ooit letterlijk meegemaakt. Tijdens corona werd ik gebeld door het AD. De vraag was wat ik ervan vond dat scholen, sport en winkels eerder open mochten dan de horeca. Toen ik zei dat het openen van scholen en sport mij eigenlijk vrij logisch leek, en dat je over winkels nog wel kon discussiëren, kreeg ik een eerlijk antwoord terug.

Daar zat ze niet op te wachten. Ze zou wel even verder bellen tot ze iemand sprak die boos was… Heel eerlijk, journalistiek dubieus.

Met dat in mijn achterhoofd heb ik toen iets anders gedaan. Ik heb de wethouder gemaild dat ik het plan voor de opvang volledig steunde en dat zij in mijn ogen goed werk deed. Soms is het namelijk ook belangrijk dat bestuurders horen dat er mensen zijn die begrijpen waarom zulke besluiten worden genomen.

En dat brengt ons bij een groter probleem.

Nederland staat voor een aantal flinke maatschappelijke opgaven. We moeten opvang regelen voor daklozen. Voor mensen met psychische problemen. Voor statushouders en asielzoekers. Dat zijn geen kleine vraagstukken.

Bijna iedereen vindt dat we daar iets aan moeten doen. Maar liever niet om de hoek.

Iedere plek blijkt uiteindelijk ongeschikt. Te dicht bij woningen. Te dicht bij scholen. Te dicht bij winkels. Te ver van voorzieningen. Te veel verkeer. Te weinig toezicht. En als laatste stap belandt het bij de rechter.

En laat ik duidelijk zijn: dat recht hebben mensen ook. We maken regels niet voor niets. Iedereen mag de overheid ter verantwoording roepen. Maar uiteindelijk verandert dat niets aan het onderliggende probleem. Die opvang moet ergens komen.

Bij de opvang van asielzoekers in Amersfoort hebben we als overheid ook de plicht om bewoners goed te informeren en te betrekken. En eerlijk is eerlijk: bij eerdere trajecten, zoals rond het AZC in Schothorst en Vathorst, is dat niet goed gegaan.

Dus ja, dat moet beter.

Maar participatie betekent niet dat de gemeente haar verantwoordelijkheid kan uitbesteden. Als inwoners meedenken over geschikte locaties is dat waardevol. Misschien komt er wel een briljant idee uit de stad. Maar als de onderliggende gedachte is: maakt me niet uit waar, zolang het maar niet hier is, dan komen we nergens.

Dan zal de gemeente uiteindelijk moeten kiezen. En uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om die keuzes te maken. Ook als ze niet populair zijn.

Misschien moeten we in Nederland langzaam weer wat meer leren denken in termen van maatschappij, en iets minder alleen in termen van individu. Daar hoop ik een bijdrage aan te kunnen leveren in de politiek.

Dat zal geen makkelijke weg zijn.

Maar het is wel een noodzakelijke.