Vijftien jaar lang stond ik bijna dagelijks in Kafé van Zanten. Als gastheer. Als ondernemer. Als verbinder. Inmiddels ben ik twintig jaar ondernemer in Amersfoort.
Wat mij typeert als gastheer is dat ik oprecht ben. Authentiek. Ik vind het werk echt leuk. Dat enthousiasme is niet bedacht. Dat voel je. Mensen prikken daar ook direct doorheen als het niet echt is.
In al die jaren heb ik iets belangrijks geleerd: eten en drinken zijn niet het product. Ze zijn de financiële onderbouwing. Wat we écht verkopen, is contact.
Ontmoeting.
Tussen mij en de gast.
Tussen collega’s onderling.
Tussen onbekenden aan de bar.
In de coronaperiode werd dat pijnlijk duidelijk. Toen je weer naar binnen mocht, maar alleen met je eigen groepje, werd er weleens gezegd: “Het kan toch weer?” Maar dat was niet zo. Horeca zonder ontmoeting is geen horeca. Als mensen elkaar niet mogen spreken, mengen, leren kennen, dan verdwijnt precies datgene wat het waardevol maakt.
Ontmoeting is wederzijds begrip.
En daar zit voor mij een directe politieke les.
Ik geloof niet dat politiek in de kern gaat over winnen. Of over gelijk krijgen. Politiek gaat over het organiseren van ontmoeting. Over ruimte maken waarin verschillende belangen elkaar kunnen zien en begrijpen.
Dat is wat ik dagelijks heb geoefend.
Een tweede les gaat over medewerkers – wij zeggen geen personeel. Medewerkers zijn de backbone van je bedrijf. Wat ik heb geleerd, is om niet te blijven hangen in wat iemand minder goed kan. Zoek naar iemands sterke punten. Zet die in. En vul aan met iemand anders die weer andere kwaliteiten heeft.
Een goed team bouw je niet door iedereen hetzelfde te maken, maar door verschillen slim te combineren.
Dat geldt ook voor politiek. Je hoeft niet alles zelf te kunnen. Sterker nog: het belangrijkste in ondernemerschap is weten wat je níet kan. Dat vraagt eerlijkheid. En samenwerking.
Dan conflicten.
Conflicten met gasten, medewerkers, compagnons – die zijn er altijd. En ze zijn altijd ingewikkeld. Wat ik heb geleerd, is om niet te proberen de ander te beïnvloeden of te overtuigen van mijn gelijk. Wat wél werkt, is zeggen wat het conflict met mij doet. Wat ik nodig heb. Waar mijn grens ligt.
Vanuit jezelf spreken in plaats van over de ander oordelen.
Ik zie in de politiek vaak het tegenovergestelde gebeuren. We spreken over elkaar. We duiden motieven. We plakken etiketten. Maar we zeggen zelden wat het met ons doet. Of waar onze eigen behoefte zit.
Dat maakt het harder dan nodig.
Mijn motivatie om de Amersfoortse politiek in te gaan is niet dat ik “de horeca” wil vertegenwoordigen. Het is dat ik geloof dat een stad leeft bij ontmoeting. Dat het gezamenlijke belang zwaar moet wegen zonder individueel initiatief te verstikken. Dat vooruitgang mogelijk moet zijn zonder angst of nostalgie.
Direct contact is voor mij geen campagne-instrument. Het is mijn manier van werken. Op straat. In het café. In de wijk. Niet via sociale media, maar in de stad zelf.
Gastvrijheid is geen zachte waarde. Het is een bestuursstijl.
Het betekent:
zien wie er binnenkomt.
horen wat niet wordt uitgesproken.
ruimte maken voor verschil.
en verantwoordelijkheid nemen als het schuurt.
Politiek hoeft niet killer te worden om daadkrachtig te zijn. Soms mag het ook gewoon menselijker.
En daar heb ik vijftien jaar in geoefend.