Woensdag 18 maart - Lijst 2 (D66) - Nr. 27

24 februari 2026

Mobiliteit: wat is openbare ruimte ons waard?

Mobiliteit is in Amersfoort een heet hangijzer. Vergunningparkeren wordt uitgebreid en de weerstand is voelbaar. Dat begrijp ik. Niemand vindt het prettig als iets verandert in zijn straat.

Laat ik beginnen bij mezelf.

Ik heb altijd betaald voor mijn parkeerplek. In de binnenstad. In het Soesterkwartier. En eerlijk gezegd heb ik het altijd logisch gevonden dat je betaalt voor het gebruik van de openbare ruimte. Die ruimte is van ons allemaal. Waarom zou het gratis zijn om daar permanent privébezit neer te zetten?

Sterker nog: de prijs van de vergunning gaat nu van 100 euro naar 30 euro per jaar. Dat is 70 euro minder. Voor een plek die 24 uur per dag wordt gereserveerd voor jouw auto.

Vier jaar geleden las ik Het recht van de snelste. Daarin wordt beschreven hoe absurd het eigenlijk is dat we zo’n substantieel deel van onze openbare ruimte opofferen aan stilstaande auto’s. Want laten we eerlijk zijn: auto’s staan véél meer stil dan dat ze rijden.

Dat boek bleef hangen.

Ik besloot een sociaal experiment op mezelf te doen. Ik zei tegen Sara: “Ik gooi de auto eruit.” Zij was kritisch. En terecht. Vier kinderen. Waarvan één ernstig meervoudig beperkt. En ik reed zelf ook best vaak. Als de auto er staat, pak je hem snel. Even naar Van Zanten. “Handig als hij er is.” Je kent het.

Toch hebben we de auto weggedaan.

Kleine kanttekening: de auto was van Van Zanten, dus voor vakanties kon ik hem nog lenen. Wel hebben we ervoor gezorgd dat mijn bedrijfsleider, inmiddels compagnon, toen geen eigen auto kocht. Dus we voorkwamen dat er een auto bijkwam.

Het idee was simpel. We gaan werken met deelvervoer. En we gaan eerlijk bijhouden: hoe vaak missen we écht een eigen auto?

Het antwoord viel ons op. Bijna nooit. Vakanties daargelaten.

Ja, je moet een auto reserveren. Ja, hij staat niet altijd voor de deur. Ja, je moet soms plannen. Maar daar wen je verrassend snel aan.

Financieel bleek het ook interessant. Toen de voorruit kapot ging en dat 800 euro kostte, waren we vooral blij dat die rekening niet meer van ons was.

En nogmaals: ik zeg absoluut niet dat iedereen zijn auto de deur uit moet doen. Ik begrijp het als je hem nodig hebt voor werk, familiebezoek, als hobby, kinderen, aanzien. Echt. Dit is geen morele wedstrijd.

Maar laten we eerlijk kijken naar welke auto’s we misschien niet nodig hebben.

Het boodschappenwagentje.
De tweede auto.
De auto die er is “voor het geval dat”.

Kunnen we die vervangen door deelvervoer? Kunnen we daardoor ruimte terugwinnen?

Want daar gaat het uiteindelijk over in Amersfoort. Ruimte.

Meer groen in de straat.
Meer speelruimte voor kinderen.
Meer plekken om elkaar te ontmoeten.
Of in sommige wijken: simpelweg meer woningen.

Elke stilstaande auto neemt publieke ruimte in beslag. Ruimte die van ons allemaal is. Dat betekent niet dat de auto weg moet. Maar het betekent wel dat we als stad keuzes moeten maken.

Ik heb mijn eigen experiment gedaan.

Anders nog iemand?